RKSV Liessel

Fair play

Spelregels Fair play E en F pupillen:

Aantal spelers en wissels
Een complete ploeg in het veld bestaat uit een doelman en zes veldspelers. Het minimum aantal spelers is vijf. Wissels zijn onbeperkt toegestaan.

Opmerking:
aanbevolen wordt om maximaal 7 tegen 7 te spelen en slechts bij extreme weersomstandigheden dit aantal uit te breiden tot 8 tegen 8 of maximaal 9 tegen 9. De praktijk heeft geleerd dat het spelen van 7 tegen 7 door spelers en coaches het meest waardevol wordt geacht. Bij 8 tegen 8, 9 tegen 9 of meer worden voetbalweerstanden (ruimten, tegenstanders etc.) voor spelers groter en dit komt het jeugdvoetballeerproces niet ten goede.

Speeltijd
F-pupillen 2 x 20 minuten
E-pupillen 2 x 25 minuten

Bijzondere regels

Spelbegin: Het spel begint of wordt hervat in het midden van het veld. De tegenpartij moet een afstand van 5 meter in acht nemen.

Buitenspel: De buitenspelregel is niet van toepassing.

Strafschop: Slechts bij hoge uitzondering: de afstand is acht meter. (F-pupillen gebruiken hun handen ter bescherming: niet bestraffen). Indien een werkelijke doelkans door overtreding (opzet) wordt ontnomen, dan kan een strafschop worden gegeven.

Terugspeelbal: In het pupillenvoetbal is het toegestaan dat de keeper een terugspeelbal in zijn/haar handen mag nemen.

Achterballen en hoekschoppen
Achterballen mogen door de doelman in het spel worden gebracht door middel van werpen of uit de handen schieten. Het hinderen van de doelman is niet toegestaan. Hoekschoppen worden als “halve corners” genomen. Dat wil zeggen vanaf een door de scheidsrechter te bepalen punt halverwege de hoekvlag en de dichtstbijzijnde doelpaal.

Vrije schop
Bij de F- en E-pupillen worden alle overtredingen bestraft met een directe vrije schop, waarbij de tegenstanders op een minimale afstand van vijf meter staan.

Inworp

Deze worden op normale wijze genomen. Foutief genomen inworpen moeten worden overgenomen.

Overige:

De Keeper kan in principe geen hands maken of hij moet wel heel ver uit zijn doel komen. Doeltrap is niet van toepassing. Bij een achterbal mag de keeper de bal altijd uit de handen schieten of gooien. Na de wedstrijd neemt iedere speler een strafschop. Om en om nemen: eerst speler tegenstander, dan speler thuisclub etc.

Ten slotte
Het toepassen van de spelregels ligt in de hand van de spelleider c.q. scheidsrechter. Hij of zij kan maar één bedoeling hebben en dat is de jongens of meisjes zoveel mogelijk laten VOETBALLEN. Op het speelveld mogen zich alleen bevinden de spelers en de scheidsrechter. Coaches, begeleiders en anderen mogen zich dus niet tijdens de wedstrijd tussen de spelers begeven.  

Klik hier voor een brochure van de KNVB over Fair Play.